Albrecht Rodenbach | Albrecht Rodenbach

Albrecht Rodenbach

Io Vivat

In 1875 ontvangt Albrecht een brief van Pol de Mont met het voorstel om een algemene Vlaamse studentenbond op te richten. Albrecht is te vinden voor dit idee. Wanneer hij in oktober 1876 de opleiding rechten aan de Katholieke Universiteit van Leuven aanvat, sluit hij zich aan bij Met Tijd en Vlijt, de enige Nederlandstalige studentenvereniging van dat moment. Maar deze vereniging voldoet niet volledig aan Albrechts idee van een studentenvereniging.

Samen met zijn kameraden van het Klein Seminarie ontplooit hij nieuwe initiatieven. Aan het begin van 1877 richten zij een Vlaamse koor- en spelersgilde op, de Sint-Tillogilde. Met deze gilde wordt de basis gelegd voor een strijdend-Vlaamse universitaire studentenbeweging. Kort daarna wordt ook een studentenafdeling van het Davidsfonds opgericht, waarbinnen Albrecht een belangrijke rol speelt.

Praesidium Rodenbach's vrienden 1910-11

Het contact met Pol de Mont intensifieert en Albrecht leert ook Amaat Joos kennen. Deze contacten monden uit in de organisatie van algemene studentenlanddagen in de paas- en zomervakantie in Gent. Daarnaast wordt ook een algemene Vlaamsche Studentenbond opgericht, waarvan Albrecht voorzitter wordt. In 1878 lanceert hij het tijdschrift Het Pennoen als nieuw bondsorgaan. Wanneer hij vervolgens probeert om aan de Vlaamsche Studentenbond een koepel van spelersgilden te verbinden, wordt hij tegengewerkt door de Brugse bisschop Johannes Faict die een verbod op de vakantiewerking van de Studentenbond uitvaardigt.

Bovenstaande foto toont het praesidium 1910-1911 van Rodenbachs Vrienden die als de voorloper van het KVHV kan worden aanzien. In februari 1911 werd de eerste overkoepelende organisatie van Vlaamsgezinde katholieke universitairen opgericht, nl. het Algemeen Katholiek Vlaamsch Hoogstudentenverbond van België. Rodenbach's Vrienden fungeerde als de Gentse tak van deze vereniging. Tijdens de eerste wereldoorlog werden alle activiteiten gestaakt. Nadien, in 1919 richtte men opnieuw Rodenbach's Vrienden op, maar deze werd algauw tot KVHV omgedoopt.

Als de Kerels te gare zijn

Als voorzitter van de Studentenbond bepaalt Albrecht de koers. Hij staat een romantisch getint Vlaams bewustzijn voor. Hij laat zich daarbij leiden door de boodschap van Guido Gezelle en Hugo Verriest: “Weest Vlaming dien God Vlaming schiep”; scholieren dienen gevormd te worden tot authentieke en katholieke Vlamingen die in de Vlaamse strijd hun verantwoordelijkheid zouden opnemen. Terwijl de studentenbeweging langzamerhand vorm krijgt, groeit bij Albrecht een nieuwe visie op haar rol in de Vlaamse beweging. Gebaseerd op het voorbeeld van de Duitse ‘Burschenschaften’ mag de studerende jeugd zich volgens Albrecht niet beperken tot meestrijden in de katholieke Vlaamse beweging, maar moet zij een pioniersfunctie vervullen. Daarin waren de oudere generaties, de politieke en kerkelijke verantwoordelijken, tekort geschoten. Via het bondstijdschrift Het Pennoen slaagt Albrecht erin om de blauwvoetersideologie verder uit te bouwen en te verspreiden.

Het latere Algemene Katholieke Vlaamse Studentenbeweging (AKVS) beriep zich op Rodenbachs erfenis en ook voor KSA en VNJ blijft hij een inspirerende figuur. KSA vierde zijn honderdste geboortedag in het Rodenbachjaar 1956 met een nieuwe koppelriem waarop de blauwvoet prijkt en die nog steeds in gebruik is. Geen figuur was zo verweven met de Vlaamse jeugdcultuur als Albrecht Rodenbach.